|
Deze lui zijn echt goed..... Voor deze little drummerboy kwam de Kerst net iets te vroeg.....
Een zeer talentvolle (toekomstige) dirigent!
Kan een reden zijn om trombone te gaan spelen.....Dit ook?
Spelen in een muziekkorps kan gevaarlijk zijn.... Vervelend kind wordt vriendelijk verzocht op te zouten.
De Wet van de Zingende Nicht.
Direct na vieren had ik een afspraak met de beheerder van het hier vlakbij gelegen wijktheatertje. Albert, facilitair manager, was de man die ik spreken moest over de huur van ‘de zaal’ voor onze uitvoeringen. Onze repetitieruimte, waar normaal gesproken ook onze uitvoeringen plaatsvonden, was door een ernstige regenbui van enige tijd terug voorzien van een opbollende vloerbedekking. “Nou dan heeft u geluk”, zei Albert, “want dan mag uw uitvoering in een echt zaal”. We liepen rond, hij wees me op de garderobe, de ingang, de stoelen. Zijn technicus deed even wat lampen aan waardoor het podium mooi gekleurd werd. Ook het achterdoek veranderde van kleur. Een ‘horizon’ heet zo’n kleurbaar achterdoek. Ze hadden ook een volgspot en ik wist toevallig wat dat was door die filmpjes van Amerikaanse politiehelikopters. Ik werd helemaal enthousiast! Daar zouden de spelers opkomen, het decor had alle ruimte, het publiek zou goed zitten. Het bestuur hoefde niet met stoelen te sjouwen…. Albert liet me ook de gang achter de zaal zien, noemde dat ‘backstage’ en zei dat ik het schminkhokje, echte schminktafels, er gratis bij kreeg als ik de zaal huurde. Dat laatste woord bracht me terug op de grond. Wat zou dat betekenen, huren? Natuurlijk zou de ‘gemeente’ bijpassen uit het calamiteitenfonds vanwege de regenbui, maar de zaal kostte toch €90,- per uur. Maar Albert mocht korting geven. Dat was altijd 50% tijdens het oefenen als er geen publiek was en van de gehele huurprijs ging nog eens 50% af omdat we een ‘culturele partner’ waren. Bovendien had de buurtintendant nog een potje voor amateurkunstuitvoeringen. Een ochtend opbouwen en oefenen, een middaguitvoering én een avonduitvoering kwam dan door de toegepaste formule en enig getelefoneer op €270,-. De hoeveelheid zitplaatsen was volgens mij nog wel een probleem. Voor het te verwachten publiek waren er te weinig stoelen! Want de leden hadden flyers mee, er hingen posters, er was een persbericht gestuurd, ‘iedereen’ wist dat we in het wijkcentrum stonden en op de website stond een ronkende vooraankondiging. Bovendien waren de kaarten niet echt duur! Gezellig in de gangpaden wat krukjes bijschijven en wat nooduitgangen blokkeren, zoals vroeger in de zondagschool was natuurlijk niet bespreekbaar. Maar Albert bleef onverstoorbaar. “Je hebt vast wel stoelen over”, zei hij. “Want hoeveel leden treden er op?”Ik zei hem dat ik 25 enthousiaste leden had met heel veel fans. “Mooi”, zei Albert, “dan hebt u maximaal 100 bezoekers en we hebben 150 stoelen ’s middags en 150 ’s avonds”. “Hoezo 100 bezoekers?” “Meneer”, zei Albert, “dat noemen ze hier ‘de Wet van de Zingende Nicht’. Uitgangspunt van die wet is dat niemand spontaan naar een amateuruitvoering wil. Je gaat alleen maar omdat je er niet onderuit kan. Oftewel en daar komt de wet: ‘als nicht Marie zingt moet de familie komen luisteren’. Dus is er niemand uit de wijk die spontaan naar uw optreden komt. Ze zitten alleen in de zaal omdat ze opa, partner, ouder, buurvrouw, neefje of zo van iemand zijn die bij u in de vereniging zit. En zo’n vereniging van u is altijd 1 op 4. Kinderen in de basisschoolleeftijd leveren volgens dezelfde wet ook 4 bezoekers per deelnemend kind op. De balletschool heeft 7 bezoekers per kind. Het jongerenkoor is 1 op 3 en het bejaardenkoor 1op2. U heeft 25 deelnemers, dus 200 stoelen over. Daarvan bewaren we er tien voor de vaste telaatkomers en extra bezoekers van het kaliber ‘sorry, maar Oma was toevallig ook bij ons’ en dus ontstaan er geen problemen”. Ik was overtuigd. Geheel tevreden liep ik het wijktheater uit. Er bleken in het wijktheater nuchtere slimmeriken rond te lopen, buurtsubsidiepotjes te zijn, een prima theatertje. Zelfs nicht Marie trad er kennelijk succesvol op en na afloop konden we in ‘de foyer’ terecht. Bij de uitgang kwam ik de technicus nog tegen. “Dag meneer”, zei hij, “tot ziens, en o ja, fax nog even een paar dagen van tevoren een lichtplannetje, want dan kunnen we van tevoren de boel mooi inhangen…” Het optreden was een groot succes met in totaal: 110 bezoekers.
|